Verder naar bericht

Puno en Titicaca’s drijvende eilanden

Na zes weken reizen door Peru ben ik bij mijn laatste stop aangekomen: Puno. Dit plaatsje is vooral bekend om zijn drijvende eilanden bij het Titicacameer. In Puno zelf is niet zoveel te doen. Ik bleef er dan ook maar één nacht.

Floating island tour

Na de Inca Trail bleef ik nog één nachtje in Cusco. De volgende vertrok ik om 22:00 uur met de Peru Hop bus naar Puno.

Rond 05:00 uur kwam de bus aan in Puno. Ik en mijn mede reizigers kregen de optie om ergens te gaan ontbijten voor 9 soles. Omdat alles nog dicht was koos bijna iedereen voor deze optie.

Daarna kon je een tour boeken van 2 uur naar de drijvende eilanden van Uros voor 35 soles (10 euro). Of je kon kiezen voor de dag tour die ook nog naar de Taquile eilanden ging, voor 65 soles.

Ik koos voor de eerste optie. Ik was enorm moe en een hele dag op de boot zitten zag ik niet zitten.

We werden afgezet bij de haven en vertrokken met een bootje naar de drijvende eilanden.

Hoe worden de drijvende eilanden van Uros gemaakt?

De Uroseilanden worden gemaakt van riet dat in het Titicacameer groeit. Voor de fundering worden blokken aarde (waarin het riet groeit) afgezaagd en vervolgens met touw verankerd zodat ze niet weg kunnen drijven. De wortels van de rietplant zorgen ervoor dat de blokken aan elkaar groeien. Daarna wordt er riet gekapt en bovenop de blokken gelegd.

Het riet verrot nogal snel dus de bewoners moeten constant nieuw riet kappen en op de eilanden leggen.

Miniatuur voorbeeld van hoe de eilanden in elkaar zitten

Ook de huisjes waarin de Uros mensen wonen zijn gemaakt van riet. Eten wordt van het vasteland gehaald. Dat werd vroeger gedaan in bootjes die ook gemaakt waren van riet. Tegenwoordig gebruiken ze motorboten. Er zijn nog wel rietboten maar die worden meer gebruikt voor toerisme. ‘Kom een ritje maken in mijn Mercedes Benz’ roepen ze dan naar je.

Waarom wonen op een drijvend eiland?

Het Uros volk is ooit eilanden gaan maken om te ontsnappen aan de Inca’s (die domineerden het vasteland) en vervolgens is men er blijven wonen. Tegenwoordig zijn er zo’n 120 eilanden met elk zo’n 20 bewoners.

De eilandengroep blijft zich uitbreiden maar toch is er ook een grote groep jongeren die naar het vasteland wil verhuizen. En dat kan ik goed begrijpen. Leven op een drijvend eiland is zwaar. Het is er enorm koud en ze leven met z’n zessen in een enorm klein huisje. Ze moeten constant riet blijven toevoegen aan de eilanden en verder is er niks. Geen tv, geen bioscoop, geen winkels. Daarnaast krijgen veel eilandbewoners rond hun 40e last van Artritis. Mede door de zompige, zachte ondergrond.

Inmiddels hebben ze trouwens wel een schooltje en een kinderopvang. Voorheen moesten kinderen met een bootje naar het vasteland roeien (met motorboot is het al 30 minuten varen dus kun je nagaan hoe lang dat duurt).

Tourist trap?

Ik heb even getwijfeld of ik Puno niet gewoon moest overslaan. Op internet staan diverse reviews van mensen die de eilanden té toeristisch vinden. Nu ik er zelf geweest ben moet ik zeggen dat, dat wel een beetje klopt. Maar ja, eigenlijk is dat wel logisch toch? Want waar moeten die mensen anders van leven?

Na een kijkje te hebben gekregen in één van de huizen (waar één bed in staat waar ze met z’n zessen op slapen en wat kleren aan de muren hangen) kon je wat souvenirs kopen. Ik kocht een kussensloop voor 40 soles en ik besloot een ritje te maken in de Mercedes Benz rietboot.

Met twee andere toeristen (waaronder Max Westerman) en vier Uros kindertjes stapte ik op de boot. De kinderen kwamen onderweg bedelen om geld dus ik gaf ze 12 soles (de rit kostte 10 soles). Aan het einde kwam één van de mannen het geld innen. Ik zei dat ik de kinderen al 12 soles had betaald maar toch moest ik nog 2 soles extra betalen. Dat vond ik wel een beetje raar.

Max Westerman had het beter voor elkaar. Die kocht een rietbootje voor 10 dollar maar kreeg dan wel het Mercedes Benz ritje gratis.

Terug naar Puno

Na twee uur vertrokken we weer met de boot naar Puno. Voor mij precies lang genoeg.

Ik checkte in bij mijn hotel en ging daarna nog even Puno in. Net als op de Uros eilanden is er niet heel veel te doen in Puno. Ik liep langs de souvenirs winkeltjes en zag daar precies dezelfde spullen liggen die ze op de Uroseilanden verkochten. Ik voelde me toen wel een beetje genept. Ik dacht dat ze die spullen allemaal zelf met de hand maakten maar nu denk ik dat het misschien gewoon in een fabriek gemaakt wordt.

Maar ja, maakt eigenlijk niet uit. Ik ben nog steeds blij met mijn kussensloop en ik denk dat mijn geld een goede bestemming heeft gevonden bij het Uros volk. Ik geloof niet dat ze doen alsof ze niets hebben.

De kleine haven waar boten vertrekken naar Uros en andere drijvende eilanden

Wat hier gaande was weet ik niet maar schoolkinderen waren in originele klederdracht gekleed en deden een dans. Misschien het einde of het begin van het schooljaar?

Op naar Bolivia

De volgende ochtend checkte ik uit. Tijd om afscheid te nemen van Peru en op naar het volgende hoofdstuk van deze reis: Bolivia!

Laat als eerste een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.