Verder naar bericht

Copacabana & Isla del Sol

Na zes weken rondreizen door Peru is het tijd om afscheid te nemen. Op naar Bolivia!

Om half negen ’s ochtends werd ik door een busje van Peru Hop opgehaald bij mijn verblijf in Puno: Bonny Hostel. Het busje was een beetje aan de late kant en moest nog meer mensen ophalen. Sommige van die mensen waren ook nog eens te laat. Een meisje bijvoorbeeld met mascara onder de ogen en ongekamde haren. Zware nacht gehad waarschijnlijk.

De grens oversteken

In ieder geval, omdat we zo laat waren werden we in dat busje naar de grens gebracht in plaats van met de grote Peru Hop bus.

Na ongeveer drie uur rijden kwamen we aan bij grens. Hier konden we onze Soles inruilen voor Bolivianos. Ik had nog 50 euro over en besloot die maar meteen om te ruilen. Aan de Peruaanse kant moesten we een exit stempel in ons paspoort laten zetten. Daarna liepen we door naar de Boliviaanse kant waar we een formuliertje in moesten vullen en ons paspoort een tweede stempel kreeg.

Vervolgens stapte ik in de Bolivia Hop bus en na tien minuten rijden kwam ik aan bij mijn volgende bestemming: Copacabana.

Copacabana

Copacabana in Boliva is een  strandstadje waar eigenlijk vrij weinig te doen is. Er zijn restaurants, hotels, hostels, een klein strandje en een kerkje.

Ik kwam rond half twee ’s middags aan en besloot het dorpje te verkennen. Ik begon bij Cerro Kesanani, een berg die uitzicht geeft over het dorpje.

De haven van Copacabana

Kerk in Copacabana

Ik verbleef in het Florencia Hostel, de kamer rook enorm naar verf en het ontbijt was niet heel geweldig. Maar de douches en wc’s waren schoon en de mensen aardig. 

Berovingen bij Cerro Kesanani

Na zo’n vijf minuten lopen kwam ik bij een hutje waar ik 10 BOL aan entree moest betalen. Voordat ik verder liep werd ik door de man aan wie ik het geld betaalde gewezen op een waarschuwing. Op de deur hing een papier met de tekst “Pas op! Als je boven komt praat dan met niemand. En hou je camera verborgen. Er worden mensen beroofd in dit gebied”. Vervolgens wees de man op twee telefoonnummers. “Dit is het nummer van de politie en dit is het nummer van mij. Als er iets gebeurd kun je me bellen”. Toen dacht ik bij mezelf, hoe moet ik jou bellen als ze mijn telefoon stelen? Daarna zei hij uiterst aardig “succes en veel foto’s maken he!” Dat vond ik heel vreemd want in de waarschuwing werd toch gezegd dat je dat juist niet moest doen?

Ik liep door naar boven maar de waarschuwing gaf me een naar gevoel. Bovenaan de berg moet je tussen twee rotsen doorlopen. Je kunt niet zien wat er aan de andere kant is. Het was doodstil. Ik zag niemand. Wat ik wel zag was een natte urine plek op de grond. Er was dus net nog iemand geweest.

Ik weet niet of het terecht was maar al mijn alarmbellen gingen af. Ik besloot de hike af te breken en terug te lopen.

Tot hier en niet verder

Met een vaartje liep ik het hutje voorbij. De kaartjesverkoper was iets aan het doen op zijn mobiele telefoon en keek op. Hij had een vage blik in zijn ogen. Ik vroeg me af of hij misschien wat met die berovingen te maken had.

Veel tijd om daar over na te denken nam ik niet. ADIOS! Ik ben weg hier.

Aan de andere kant van het dorpje heb je nog een ander uitkijkpunt, Cerra Calvario, maar na deze rare ervaring besloot ik die maar te skippen.

Ik ben alleen nog even naar het kerkje geweest (niet heel veel aan, je mocht ook geen foto’s maken) en wat gaan eten.

Isla del Sol

De volgende dag besloot ik om naar Isla del Sol te gaan. Ik vermoed dat de meeste toeristen naar Copacabana komen voor dit eiland want voor de rest is er echt geen zak te doen.

Ik kocht een kaartje voor de pont van 08:30 uur en zo’n 1,5 uur later stond ik op het eiland. Bij aankomst kocht ik meteen een kaartje terug naar  Copacabana. Ik moest om 18 uur weer in de bus zitten naar La Paz en besloot daarom om de pont van 15 uur terug te nemen. Dan had ik nog tijd om wat te eten als ik terug was.

Ik had zo’n vijf uur om het eiland te ontdekken en dat was meer dan genoeg. Voorheen kon je in drie uur het eiland rondlopen. Tegenwoordig kan dat niet meer. Het noorden en het zuiden van het eiland hebben namelijk een dispuut met elkaar en sinds een tijdje is het noorden gesloten voor toeristen. Dat is balen want het noorden beslaat zo’n 80 procent van het eiland én je vindt hier de meeste ruïnes.

Hiken op Isla del Sol

Maar laat dat je niet tegenhouden. Het zuidelijke deel is meer dan de moeite waard om te bezoeken. Zwerf door de kleine straatjes naar het dorpje Yumani en vervolg dan je weg naar Cerró Palla Khasa voor een mooi uitzicht over het eiland.

Daarna kun je teruglopen naar de andere kant en de Pilko Kaina ruïne bezoeken. Je moet wel even goed naar de route kijken. Maps.me did me dirty en ik liep zeker twee keer verkeerd. Halverwege ontmoette ik een Ierse man die ook op zoek was naar de ruïne. We besloten samen verder te hiken en na wat shortcuts en hobbels kwamen we eindelijk aan bij de ruïne. Heel indrukwekkend vond ik het niet maarja, eigenlijk is niets meer indrukwekkend nadat je Machu Picchu hebt gezien.

Eindelijk de tempel ruïnes gevonden

Na de ruïne zoektocht nam ik afscheid van de Ierse man en liep naar de haven. Ik moest nog een uur wachten tot de pont kwam. Gelukkig scheen de zon.

Rond half vijf was ik weer terug in de Copacabana. Ik at ergens even snel wat en daarna sprong ik in de bus naar mijn volgende stop: La Paz!

Laat als eerste een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.