Ga naar de inhoud

Potosi

Potosi ligt op 4000 meter hoogte en was ooit de hoogste stad in Bolivia. Tegenwoordig is dat El Alto, dat op 4150 meter hoogte ligt. Potosi is beroemd om zijn zilvermijnen waarvan de bekendste aan de voet van de Cerro Ricco (rijke berg) ligt. In koloniale tijden was Potosi één van de rijkste steden ter wereld. In de 17e eeuw woonde er op een gegeven moment 200 duizend mensen. Sinds 1987 staat Potosi op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Hoe kom je er?

Vanuit Nederland vlieg je (met een overstap) naar Cochabamba. Vanaf daar neem je de bus naar Potosi.

Van Sucre naar Potosi

Ik was in Sucre en nam de bus naar Potosi. De rit duurde drie uur en ik betaalde € 4 voor een kaartje (in 2019).

Onderweg was het knijpen want er zat geen toilet in de bus en er werden ook geen sanitaire stops gemaakt.

Potosi met op de achtergrond de Cerro Rico berg.

Potosi Bolivia.
Potosi Bolivia.
Potosi Bolivia.
Potosi Bolivia.

Waar verblijf je?

Het liefst verblijf ik in een eigen kamer omdat ik heel licht slaap. Maar in Potosi waren alle single rooms best wel duur (€ 30 per nacht). Dus besloot ik om toch maar een gedeelde kamer te boeken in een hostel.

Ik verbleef twee nachten bij Hostal Casa Blanca. Het was best wel een leuk hostel. De muren waren versierd met kleurrijke schilderingen, de badkamers waren schoon, er werd hippe muziek gedraaid en de bedden waren goed. Dat laatste was voor mij belangrijk aangezien ik ziek werd en dus veel in mijn bed lag.

Eigenlijk is het niet echt heel fijn om in een hostel te verblijven als je ziek bent want iedereen loopt constant de kamer in. Licht aan, licht uit, hard gepraat. Maar het was niet anders. Ik kocht bij een apotheek twee slaappillen en daarmee ben ik redelijk de nachten doorgekomen.

Hostal Casa Blanca in Potosi Bolivia.

Wat is er te doen? 

Ik was twee dagen in Potosi maar heb niet zoveel kunnen doen als ik wilde omdat ik dus ziek werd. Hieronder lees je wat ik gedaan en gezien heb in Potosi.

Cerro Rico zilvermijn

Als je naar Potosi gaat dan mag een bezoekje aan de Cerro Rico zilvermijn niet ontbreken.

In de 16e eeuw kwamen de Spanjaarden erachter dat er zilver te vinden was bij de Cerro Rico berg in Potosi. Men begon op grote schaal met het winnen van zilvererts. Hiervoor werd het inheemse volk gebruikt. Terwijl de inheemse mannen zich letterlijk kapot werkten onder de grond bloeide de stad boven hun hoofden op. Potosi werd de rijkste stad ter wereld. Het zilver werd massaal verscheept naar Spanje.

Rond halverwege de 19e eeuw waren de zilvermijnen nagenoeg uitgeput. Mede door onafhankelijkheidsoorlogen raakte Potosi in verval. In de jaren 80 werden alle staatsmijnen gesloten en ging de bevolking de mijnen zelf besturen. Tegenwoordig werken er nog duizenden mannen in de mijnen van Potosi. Zo’n 60 daarvan zijn werkzaam in de Cerro Rico zilvermijn. Het weinige zilver dat nu nog wordt gevonden wordt verwerkt tot een poeder met lood en zink.

Tour door de zilvermijn

Ik boekte via mijn hostel een tour met Potochij Tours en betaalde hiervoor 80 BOB (in 2019).

Om 9 uur ’s ochtends werden ik en andere mensen die een tour hadden geboekt opgehaald bij het hostel. We reden eerst naar het kantoortje van Potochij Tours waar we een helm met lamp, laarzen en een rode overal kregen.

Vervolgens reden we naar de markt waar we voor 20 BOB per persoon een pakketje voor de mijnwerkers kochten. Het bestond uit frisdrank, crackers en coca bladeren voor energie.

Zilvermijnen in Potosi Bolivia.
Zilvermijnen in Potosi Bolivia.
Zilvermijnen in Potosi Bolivia.

Eenmaal aangekomen bij de mijn was het tijd om naar beneden te gaan. De entree was benauwd en smal. Er werd ons aangeraden om een mondkapje te dragen omdat het stof wat van de wanden afkomt niet bepaald goed voor je is. Ik heb meerdere malen toch mijn mondkapje af moeten doen omdat ik het te benauwd kreeg. Op 4000 meter hoogte is het al lastig om adem te halen en dan zit je opeens onder de grond. Gelukkig heb ik geen last van claustrofobie.

Zilvermijnen in Potosi Bolivia.

Antonio

Antonio, onze gids, legde uit dat hij zelf op 14jarige leeftijd al ging werken in de mijn. Zijn vader, ook werkzaam in de mijn, overleed en er moest iemand voor het gezin zorgen. Uiteindelijk is Antonio er na een aantal jaar mee gestopt omdat hij bang was dat hij anders, net als zijn vader, vroeg dood zou gaan (de meeste mijnwerkers gaan dood door stof in de longen). En nu geeft hij tours door de mijnen met Potochij Tours. Op die manier hoopt hij de andere mijnwerkers ook een beetje te kunnen helpen.

Antonio is een geweldig mannetje. Hij heeft zichzelf via Duolingo en met hulp van toeristen Engels geleerd. Hij heeft vertelt alles met een beetje humor. Op de markt liet hij ons de materialen zien waarmee ze werken in de mijn. Voornamelijk dynamiet. Ze blazen stukken op, gaan de volgende dag de mijn in en zoeken dan naar stukken steen waar zilver in zit. Die stukken steen slaan ze met een kamer in kleine stukjes en dan sorteren ze de materialen.

Zilvermijnen in Potosi Bolivia.

“This piece of dynamite is enough to blow up your mother-in-law” en “the dynamite we stick in holes we drill in the walls. But with your mother-in-law we stick it in the ass”. Hahaha.

Dat Antonio al vanaf een vroege leeftijd in de mijnen heeft gewerkt kun je zien. Zelfs voor Boliviaanse begrippen is het een klein mannetje en zijn rug loopt krom (bochel). Dat komt natuurlijk door het jarenlang krom lopen in de tunnels van de mijn. 

Kruipen door smalle, benauwde gangetjes

Met gebogen ruggen lopen we door de de mijn. Af en toe is het zo laag dat ik moet kruipen. Er zijn meerdere ‘kamers’. Als we naar boven gaan moeten we door één of anders mal gangetje omhoog klimmen. Soms staat er een ladder, soms niet. Komen de werkers écht zo naar boven? Ik loop te hijgen als een paard. Hoe kunnen mensen hier vijf dagen per week werken?

Zilvermijnen in Potosi Bolivia.

Een Nederlandse jongen uit mijn groep vertelt me dat hij heeft gehoord dat de meeste mijnwerkers er blijven werken omdat, als ze stoppen ze vaak snel dood gaan.

Ik heb dat verhaal eerder gehoord in de zoutmijnen in Polen. Daar werkte een paard jarenlang onder de grond. Toen het beest eindelijk met pensioen mocht en naar boven werd gehesen ging het dood.

Tio

Tijdens de tour komen we verschillende beelden tegen van Tio. Dit betekent in het Spaans ‘oom’. Tio is de god die de mijnwerkers vereren. Ze geven het beeld drank, sigaretten en besprenkelen het met cocabladeren en alcohol. Ze vragen Tio “hou mij, mijn familie en vrienden veilig”. 

En de mijnwerkers kunnen alle gebedjes goed gebruiken. Want zoiets als de arbodienst bestaat niet in Bolivia. De werkomstandigheden zijn nagenoeg hetzelfde als in de 16e eeuw. Erbarmelijk.

Zilvermijnen in Potosi Bolivia.

Het beeld hieronder deed met denken aan ‘The chilling adventures of Sabrina’ op Netflix (2019).

Zilvermijnen in Potosi Bolivia.

Geen toekomst

Onderweg komen we twee mijnwerkers tegen die net willen beginnen aan het boren van een paar gaten. Eentje vraagt aan de gids of hij toevallig nog zussen heeft omdat hij single is. We lachen erom maar eigenlijk is het best triest. Antonio vertelt dat de meeste vrouwen geen mijnwerker willen omdat ze nooit weten of hij weer levend thuis komt.

Zilvermijnen in Potosi Bolivia.

Veel tijd om erover na te denken hebben we niet want opeens is er een keihard geluid. Het klinkt alsof er een berg zand naar beneden komt. Er is  overal stof. Ik zie de schrik op het gezicht van de andere twee toeristen. “Come on guys lets go!” Snel lopen we achter Antonio aan voordat we helemaal niks meer zien.

Uiteindelijk was er niet zoveel aan de hand. De mannen gingen gewoon weer aan het werk.

Einde van de tour

Aan het einde vroeg Antonio wat we ervan vonden. Ik zei dat ik het vreselijk vind dat jonge mannen zulk gevaarlijk werk moeten doen omdat er niks anders te doen is. En dat er niks aan de omstandigheden wordt gedaan. Volgens Antonio heeft president Evo Morales grote beloftes gemaakt (in 2018). Maar er is niets veranderd. En zo blijven mannen in Potosi wegkwijnen in de mijnen. Een triest einde van een imposante tour.

Plaza de 10 de Noviembre

Het Plaza de 10 de Noviembre is het centrale plein van Potosi en erg gezellig. Toen ik er was in december stond er elke avond een kerstmarkt op het plein. Er werden kerstmutsen verkocht, warme chocolademelk en natuurlijk een heleboel eten. Daarnaast waren een aantal van de stadhuizen open waar men kon kijken naar kerststalletjes. Er stonden hele rijen bij de entree.

Potosi Bolivia.
Potosi Bolivia.
Potosi Bolivia.

Torre de la Compania de Jesus

Vlak bij het centrale plein staat de Torre de la Compania, een klokkentoren uit 1707. Deze is gebouwd op de overblijfselen van een jezuïetenkerk. Voor 10 BOB (in 2019) kun je de toren beklimmen en vanaf de top mooi uitkijken over Potosi.

Torre de la Compania de Jesus Potosi Bolivia.
Torre de la Compania de Jesus Potosi Bolivia.
Torre de la Compania de Jesus Potosi Bolivia.

Iglesia de San Lorenzo

De San Lorenzo kerk was één van de eerste kerken die gebouwd werd in Potosi. De kerk raakte ooit ernstig beschadigd door hevige sneeuwval en moest gerenoveerd worden.

De San Lorenzo kerk ziet er vanbuiten indrukwekkend uit maar valt aan de binnenkant ietwat tegen. Je kunt duidelijk zien dat men de kerk niet onderhoudt en dat is jammer.

Toegang kost 15 BOB (in 2019).

Iglesia de San Lorenzo Potosi Bolivia.
Iglesia de San Lorenzo Potosi Bolivia.
Iglesia de San Lorenzo Potosi Bolivia.
Iglesia de San Lorenzo Potosi Bolivia.
Iglesia de San Lorenzo Potosi Bolivia.
Iglesia de San Lorenzo Potosi Bolivia.

Museo del Convento de Santa Theresa

Het klooster van Santa Theresa was voor mij het hoogtepunt van Potosi. Dat kwam voornamelijk door de geweldige gids.

Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.

Ik kwam rond 15:30 uur aan bij het klooster (tussen de middag sluiten veel kerken en museums hun deuren). Er was net een tour begonnen met twee Franse toeristen. Ik kon aansluiten en gelukkig vond iedereen het prima als de tour werd voortgezet in het Engels. Voor de gids was het even schakelen want haar Frans was overduidelijk beter dan haar Engels. Maar ze deed enorm haar best en nam de tijd.

Ze ging langzaam door alle ruimtes van het klooster heen en vroeg ons elke keer of we vragen hadden. Je kon zien dat ze plezier had in haar baan en dat ze het goed wilde doen. Aan het eind vroeg ze me of ik wat Engelse zinnen voor haar kon nakijken die ze (denk ik) wilde gebruiken voor de tour. Ze ging zelfs een deken voor me halen toen het opeens keihard begon te regenen.

Museum

Het Santa Theresa klooster functioneert tegenwoordig als museum. Er zijn nog wel een paar nonnen maar die leven in een modern gebouw in het dorp. De kunstwerken die in het museum hangen zijn ooit gedoneerd door families van nonnen. Vroeger was het namelijk zo dat van elke rijke familie de eerste en tweede dochter (of zoon) naar het klooster ging. En dan moest je als ouder een flinke bruidsschat betalen. Meestal in de vorm van schilderijen, geld of andere waardevolle objecten.

Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.
Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.
Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.
Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.
Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.

Deze ruimte is nu open maar vroeger zaten er muren tussen de bogen. Hier hadden de nonnen hun kamers.

Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.

Zelfkastijding, de nonnen straften zichzelf om niet ten prooi te vallen aan verleiding.

Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.

Kerk en begraafplaats

Naast het klooster krijg je de bijbehorende kerk te zien én de begraafplaats. Deze bestaat uit een kamer met luiken in de vloer. In de ruimte onder die vloer werden vroeger de overleden nonnen begraven. Na drie jaar werden de botten uit het graf gehaald en in een massagraf geplaatst. Lijmsteen werd gebruikt om de geur van rottend vlees tegen te gaan.

Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.
Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.

De ‘begraafplaats’.

Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.
Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.

Waarom de nonnen binnen werden begraven en niet gewoon buiten wist de gids niet. Het vermoeden is dat men de ziel dicht bij het klooster wilde houden.

De levensstijl van de nonnen was enorm strikt. Na toetreden verlieten de jonge meisjes (meestal waren ze nog maar 15 jaar oud) nooit meer het klooster. Familie kwam wel langs maar die mochten ze niet zien of aanraken. Alleen horen.

Het leven bestond alleen nog maar uit bidden, werken, eten en slapen. Altijd binnen het klooster. En daarom klinkt het ‘binnen het klooster begraven’ idee wel logisch.

Nonnenwerk

Wat deden die nonnen eigenlijk de hele dag? Nou ten eerste natuurlijk heel veel bidden, dat begon al om 4 uur ’s ochtends. Ze mochten twee uur per dag met elkaar praten, tijdens het werken. En met werk bedoel ik dan het maken van ‘kleding’ voor de priesters en voor poppen van de heilige maagd Maria.

Zo’n pop kreeg vroeger elke twee weken een nieuw gewaad aangetrokken. Ik vroeg de gids hoe lang een non met zo’n gewaad bezig zou zijn geweest. Helaas wist ze daar geen antwoord op. Waarschijnlijk een week.

Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.

Een bezoekje aan het Santa Theresa klooster is zéker de moeite waard. Een kaartje kost 45 BOB (in 2019) en als je foto’s wilt maken betaal je 15 BOB extra .

Bijna kerst en dus een kerststal in het klooster. traditie is dat één familie uit Potosi elk jaar speelgoed doneert voor baby Jezus. Vandaar het kitscherige display.

Museo del Convento de Santa Theresa in Potosi Bolivia.

Casa Nacional de Moneda de Bolivia

Potosi was vroeger een welvarende stad waar veel zilver werd gewonnen. Niet zo vreemd dus dat in Potosi vroeger óók alle munten van Bolivia werden geslagen. Dat gebeurde in Casa de la Moneda (huis van het geld) dat sindsdien op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat.

Casa Nacional de Moneda de Bolivia in Potosi Bolivia.

Casa de la Moneda is tegenwoordig een museum. Je kunt het alleen bezoeken met een gids. Je betaalt 40 BOB voor een kaartje (in 2019) en 20 BOB extra als je foto’s wilt maken.

Ik bezocht het museum met iemand van het hostel (die toevallig net aan kwam lopen). Onze gids was op zich wel aardig maar zijn accent was een beetje zwaar waardoor ik niet alles verstond. Daarnaast liep hij overal heel snel langs.

Jammer want Casa de la Moneda het is best een indrukwekkende plek. Heel interessant om te zien hoe munten vroeger werden gemaakt. De drie originele machines (aangedreven door ezels) staan er nog steeds. Poppen illustreren hoe het proces te werk ging. En dat was, net als het werk in de mijnen, niet bepaald arbo goedgekeurd.

Casa Nacional de Moneda de Bolivia in Potosi Bolivia.
Casa Nacional de Moneda de Bolivia in Potosi Bolivia.
Casa Nacional de Moneda de Bolivia in Potosi Bolivia.
Casa Nacional de Moneda de Bolivia in Potosi Bolivia.
Casa Nacional de Moneda de Bolivia in Potosi Bolivia.

Bij het gieten van het zilver kwam een giftige stof vrij. Arbeiders ademden het in en na 15 jaar was het game over en gingen ze dood.

Casa Nacional de Moneda de Bolivia in Potosi Bolivia.
Casa Nacional de Moneda de Bolivia in Potosi Bolivia.
Casa Nacional de Moneda de Bolivia in Potosi Bolivia.

Meer Bolivia

Sucre

Tupiza

Samaipata

El Choro trek

Sajama National Park

Wat kost een reis naar Bolivia?